Blog

Weids paradijs

We verlaten Salvador en kruipen langs de kust omhoog. De eerste stop is bij Massarandupio, waar we eerder onze voetstappen hebben achtergelaten. Het is een parel aan de coconut highway, een kilometerslange kuststrook met daarachter een rivier, mangrove, en witte duinen. Er is geen enkele bebouwing afgezien van een paar barraca’s, waar ze geweldige geroosterde kreeften serveren. Alleen in het weekend is het wat drukker als de  bewoners van het dorp verkoeling zoeken aan zee. Doordeweeks staan wij helemaal alleen tussen de wuivende kokospalmen.  Nou ja, niet helemaal alleen, een groep wilde paarden houdt het gras kort dat tussen de palmbomen groeit. Vijf jaar geleden parkeerden wij de Toyota op een doorgang tussen de duinen aan het strand, maar dat kan niet meer. De “paden” zijn afgesloten, het gebied is nu beschermd natuurgebied en TAMAR beschermt de schildpadden die hun eieren komen leggen in het zand. Hoewel de schildpadden tussen september en mei het strand bezoeken, is het eerste wat wij zien een schildpad die zich een maand heeft vergist.  Hij ziet eruit alsof hij nog niet zolang geleden aan land is gegaan maar heeft de tocht helaas niet overleefd.

Dagen glijden voorbij, we worden wakker met de vogels als de zon opkomt, maken na het ontbijt een lange wandeling, nemen een duik in zee, eten   iedere middag geroosterde kreeft en gaan naar bed als het donker wordt. Ik lees de klassieker “het land”  (1976) van de Braziliaanse schrijver Antônio Torres over het leven aan ‘het einde van de wereld’, in het droge achterland van Bahia. In het dorp Junco waar mannen met een houten troffel het land bewerken, staat de tijd al honderden jaren stil. Er gebeurt werkelijk helemaal niets, mensen vertellen elkaar verhalen om de tijd te doden. De jonge vrouwen van het dorp wachten vergeefs op een man met geld en een betere toekomst. De mannen dromen van veel geld verdienen in de grote stad. Zeker na een lange periode van droogte wagen sommigen uit pure wanhoop deze sprong. Het boek beschrijft hoe heel het dorp zijn droom projecteert op Nelo die vertrok naar São Paulo, en van hem een haast mythische figuur maakt. Als Nelo uiteindelijk niet rijk en beroemd maar dronken en berooid terugkeert in het dorp en zich van het leven berooft, versplintert hij op tragische wijze de hoop op een beter leven bij de achterblijvers.  Het is een triest maar prachtig verhaal over het uitzichtloze leven in Junco, het dorp waar de schrijver Antônio Torres opgroeide.

 

Na Bahia volgt Sergipe waar glooiende heuvels groen kleuren van heel veel suikerriet. Deze plant moet om de vijf tot zes jaar opnieuw worden geplant en dat werd tot zeker 15 jaar geleden nog vaak handmatig gedaan. Nieuwe stengels met een lengte van zo’n 50 cm moeten dan in een gat in de grond worden gezet en met zand worden afgedekt, zeker in de brandende zon is dat heel zwaar werk. Na een jaar kunnen de meer dan manshoge stengels worden geoogst door ze vlak bij de grond af te hakken. Om gifslangen te verdrijven worden eerst de verdroogde bladeren onder de stengels in brand gestoken. Dit mag nu niet meer vanwege de aanslag op het milieu en het planten en oogsten wordt steeds meer mechanisch gedaan. Heel veel suiker wordt nu gebruikt voor de productie van biobrandstof.

We nemen een stoffig zandpad dwars door heuvels met suikerrietplantages en zien heel veel kilometers niets anders dan bloeiende suikerstengels. Alleen maar suikerriet zover je kunt kijken met heeeeel af en toe een eenzaam boerderijtje. We komen een jongen tegen die met paard en wagen  erop uit is gestuurd om stengels te hakken. Waarschijnlijk gaan ze het riet thuis persen om alcohol te stoken want om hier zo verlaten tussen al die stengels de moed erin te houden heb je regelmatig een slok cachaça nodig.

Vlakbij Coruripe vinden we een bounty-paradijsje aan het strand.

Steeds meer noordwaarts gaan we door de deelstaat Alagoas langs eucalyptusbossen over gepleisterd asfalt met veel  gaten en drempels. Het weer is wisselvallig, soms heel zonnig maar steeds vaker trekken de wolken zich samen tot een grijze massa en regent het. De arme provincie Alagoas heeft ingezet op het hogere segment van de toeristische markt en op alle mooie plekken worden luxe hotels gebouwd met schoongeveegde prive-stranden. Voor de bewoners blijft nog wel een stuk strand over maar daar is  het vaak veel minder schoon. In een druilerig stadje 100 km voor Recife vinden we een plekje aan de kust. Het waait hard en het stopt niet meer met regenen. Na een dag schuilen en met vooruitzichten op nog veel meer regen vinden wij het welletjes en besluiten we om te keren. Door die enorme hoeveelheid regen is er via de naden van de tent water in de kisten gesijpeld en alles voelt klam.

We nemen dit keer de hoofdweg en na twee lange dagen rijden, met tussendoor een lekke band komen we weer thuis in Massarandupio. Daar klaart het op en gaat de zon weer schijnen. De Toyota verandert in één groot droogrek. Op en aan de luifels ligt en hangt werkelijk ons hele hebben en houden te drogen. We genieten er van onze laatste dagen aan de kust.

Wil je meer weten over TAMAR en de schildpadden, klik dan hier :https://www.roadtonowhere.nl/bleekneuzen

TRANSLATE