Blog

Schoonheid met scherpe tandjes

Vanaf Rabat gaan we verder zuidwaarts. In Azemmour en El Jedida gaan we op zoek naar overblijfselen van de Portugezen die zich als eerste koloniale macht langs de Atlantische kust in Marokko vestigden. Portugal handelde in de 15e en 16e eeuw al met Azië en Afrika en Marokko was een strategisch tussenstation en leverancier van graan, suiker, leer en soms slaven. Berbers en Afrikanen uit de Sub- Sahara werden tijdelijk tewerk  gesteld op suikerrietplantages langs de kust voor zij naar Portugal en de Atlantische eilanden werden verscheept. Om hun handelsroutes te kunnen controleren en de zeeroutes te beschermen tegen piraten en rivalen uit Spanje, werden robuuste  forten gebouwd. In Azemmour vinden we de restanten van zo’n fort, een massief stenen vesting met dikke muren, een hoekbastion voor kanonnen met kleine ramen en schietgaten. Zonder hulp van Mohammed die in zijn werkplaats aan het weven is, hadden we de toegangspoort nooit gevonden. Hij moet langdurig op de houten deur bonzen voor de bewaker die misschien net een dutje deed, open doet.

Azemmour blijkt een klein juweel, een vestingstadje waar het leven zo zijn gangetje gaat zonder veel toeristen. Er is in oktober een festival geweest waarbij kunstenaars veel mooie muurschilderingen hebben achtergelaten.  Maar ook zonder muurschilderingen zijn de muren stuk voor stuk kunstwerken met een patina in prachtige kleurcombinaties.  De sierlijke straatverlichting, de ijzeren rekken voor de ramen, de gammele luiken, de losse bedrading die als een spinnenweb alle huizen met elkaar verbindt, de subtiele reliëfs gehakt in zandsteen boven de deuren, overal vind je bijzondere details. De woningen zijn een mengelmoes van Portugese en Marokkaanse kenmerken. De Portugezen bouwden functionele, sobere huizen met dikke muren en smalle ramen om het binnen koel te houden. Afgezien van ronde bogen bij deuren of doorgangen zijn de huizen niet of nauwelijks gedecoreerd. Ze zijn gebouwd rond een patio en hebben platte daken. Dit is handig voor opslag, voor het drogen van de was en om de boel  bij de buren in de gaten te kunnen houden. In tegenstelling tot de kronkelige straten van een traditioneel Marokkaanse medina zijn de straten recht en smal.  De Marokkaanse woningen hebben grote rijk versierde deuren met houtsnijwerk en ornamenten en als je door een open deur naar binnen spiekt zie je meestal tegelversieringen op de vloer en de muur. Wij ontmoeten op straat Fatoush, een babbelgrage niet meer zo piepjonge dame die eigenlijk op weg is naar het badhuis om daar haar grootmoeder op te halen. Oma mag nog wel even blijven weken want Fatoush neemt alle tijd om ons door het stadje te loodsen. Trots poseert zij voor de groene poort van de koranschool waar zij vroeger les heeft gehad.

Iedereen in Azemmour kent elkaar en maakt in het voorbijgaan even een praatje. Ik ben dol op die kleine winkeltjes waar  boven een klaptoonbank een geplukte kip ondersteboven aan zijn pootjes is opgehangen, of waar vage maar ongetwijfeld handige spulletjes worden verkocht en alles houtje touwtje aan elkaar hangt. We passeren de bakker waar heerlijk geurende platte broden worden gebakken en bossen kreupelhout buiten klaarliggen om in de ovens te worden opgestookt. Fatouch is naar haar grootmoeder toe en wij dwalen door de straatjes waar kinderen joelend achter elkaar aanhollen, jongeren stiekem kif roken en honden en katten elkaar met rust laten. We passeren een scharrige teef die net een nest heeft gehad, ze heeft van die hangende tepels en lijkt op zoek naar iets eetbaars. Ik heb niet in de gaten dat ze achter me aan is gelopen en ineens hangt ze zomaar in mijn onderbeen en bijt flink door. Au!!!! Waarschijnlijk zijn we onbedoeld in de richting van haar nest gelopen, maar hé, ze had maar even hoeven grommen en ik had me al uit de voeten gemaakt. Ze schrikt van mijn schreeuw en heeft losgelaten. Ai, dit is foute boel, ik heb flink wat gaten in mijn been en het bloed gutst eruit. Ik spreek een man aan die direct  aanbiedt ons naar een hospitaal te loodsen, gelukkig is het niet heel erg ver. Het is een zeer karig ingerichte eerste hulppost, met een behandeltafel, een wastafel, een koelkast en wat verbleekte voorlichtingsposters aan de muur heb je het wel zo’n beetje gehad. Er wordt iemand op uitgestuurd om bij een apotheek een rabiësvaccin te halen en inmiddels staat iedereen, van de portier tot de schoonmaker, in de kamer om te zien wat er aan de hand is. De zuster is niet erg spraakzaam maar resoluut maakt ze de wond schoon en geeft me een heleboel prikken tegen tetanus en eentje tegen rabiës. De rafelige wonden doen gek genoeg geen pijn, het beest heeft zijn tanden er diep ingezet maar gelukkig zat mijn broek ertussen. Met die rabiës ben ik de komende tijd wel zoet, want in de komende maand heb ik nog vier van die prikken nodig. Hondsdol zal ik niet worden, nu hopen dat het niet gaat ontsteken.

We rijden een stukje verderop en parkeren de Kar op een parkeerplaats langs de zee. Het is een prima plek om bij te komen van de schrik. ’s Nachts klopt de politie aan maar nadat we onze paspoorten hebben laten zien, mogen we gelukkig  blijven staan. Als het bloeden eindelijk is gestopt kunnen we weer op pad en El Jadida bekijken. Het een vestingstad met stadsmuren die nog grotendeels intact zijn en waar je een heel stuk boven langs de kantelen kunt lopen met uitzicht op zee en de haven. De stad heeft een  iconische cistern, een ondergronds waterreservoir.In de loop van eeuwen is een deel van het dak door verwaarlozing ingestort waardoor er een groot gat in het plafond is ontstaan. En juist dat gat zorgt voor een magische lichtinval die de pilaren in het water laten spiegelen. Maar nu is door de aanhoudende regen het dak verder beschadigd en blijven de deuren voor ons helaas gesloten. Wij maken een korte wandeling door de stad waar overal de was wordt opgehangen nu na de regen de zon weer is gaan schijnen. Het wordt tijd om richting Essaouira te rijden en bij Sidi Kaouki op ons geliefde plekje bovenop de klif een tijdje rust te nemen. We hebben de afgelopen weken heel wat kilometers gereden en hebben behoefte aan een zonnetje en even niet bewegen. Bovendien moeten we in Essaouira weer op zoek naar een volgende rabiësprik. We zullen de schoonheid en de scherpe tandjes van Azemmour niet snel vergeten.

 

TRANSLATE