Rabat, reis door de geschiedenis
- On 4 jan, 2026
- By Michelle

We zijn weer in Marokko, met het voornemen om vooral plaatsen te bezoeken waar we vorig jaar aan voorbij reden. Een groot deel van de midden Atlas, grofweg van Marrakech omhoog tot aan Tétouan in het Noorden, is nog een witte vlek op onze routekaart.
Niet alleen in Nederland maar ook in een groot deel van Marokko is een dik pak sneeuw gevallen. Het plan om via Tétouan langzaam af te zakken naar Fès laten we los, ook de lagere berghellingen van de Midden Atlas zijn nu waarschijnlijk besneeuwd en bovendien wordt voor deze regio veel regen voorspeld. We kiezen voor de kustweg naar het Zuiden tot aan Agadir. Daarna zien we wel hoe we verder zullen reizen.
Via een korte tussenstop in Asilah waar we de nieuwe muurschilderingen in de oude medina bekijken reizen we naar Rabat. Rabat, de hoofdstad, is groot en het verkeer is een goed georganiseerde chaos. We rijden langs de buitenmuren van het Koninklijk paleis waar ceremoniële wachters in een felrood tuniek met bajonet in het gelid staan. Overal in de stad zie ik mannen met bezems vegen op plaatsen waar al geen vuiltje te bekennen is en verdwaalde blaadjes plukken uit strak geschoren gazons.


De geschiedenis van Rabat gaat helemaal terug tot aan de Romeinen. Zij stichten een stadje aan de oever van de rivier Bouregreg. Ooievaars nestelen zich nu bovenop de restanten van deze beschaving die Challah wordt genoemd. Het moet er fantastisch zijn maar door de regen laten we dit plan varen.
Iets verderop vestigen de Almohaden, een strikt religieuze Islamitische beweging, zich in de 12 e eeuw en bouwen er op de rotsen een fort, uitkijkend over de regio en de monding van de rivier. De kalief laat er een burcht en een moskee neerzetten en noemt de nederzetting Ribat, wat het kamp van overwinning betekent. Ribat is een strategisch legerkamp om troepen te verzamelen voor de oorlogen in Spanje. Challah gebruiken zij als dodenakker.
De vesting groeit, en als de kleinzoon van de Kalief, Sultan Yacoub Al Monsour een belangrijke overwinning behaalt op de Spanjaarden, heeft hij grootse plannen voor de stad. Hij laat eerst de vesting uitbreiden, nu Kasbah Oudaya, en laat dan een imposante 2,5 meter dikke, zeker 8 meter hoge muur bouwen die 5 kilometer lang is. De oker- oranje kleurige muur, is versterkt met wel 74 torens en heeft hoge hoefijzervormige stadspoorten van bewerkt zandsteen. En wij logeren op een bewaakte parkeerplaats onder deze dikke muur. Als we de poort doorgaan zijn we direct in een andere wereld, eentje waar het ruikt naar vis en waar werkelijk alles wat incompleet, tot op de draad versleten, ooit gekregen of gevonden is, toch nog hoopt om van eigenaar te wisselen. Temidden van de rotzooi vinden we een open pleintje waar een man met een handkar kleine visjes en garnalen aantrekkelijk heeft uitgestald op bossen met groene kruiden. Zijn handen staan geen moment stil, hij haalt handenvol visjes door een schaal met meel, bakt ze in olie, laat ze uitlekken en ondertussen spreekt hij iedere voorbijganger aan en nodigt uit om te proeven. En zo zitten ook wij even later aan een tafeltje met vette vingers te peuzelen van de visjes op grote stukken papier die daarna hoppekee in een emmer verdwijnen om plaats te maken voor de volgende klanten.


In de geschiedenis van Marokko vechten berberstammen elkaar letterlijk de tent uit en volgt de ene dynastie van heerszuchtige sultans de andere op. Tijdens de bouw van de indrukwekkende muur in Rabat is Marokko een oppermachtig Rijk dat grote delen van Spanje en Portugal overheerst. Vanaf de 13 e eeuw raakt Rabat echter in verval. De Sultan is dood, de macht is naar Fès verschoven en zijn opvolgers hebben geen zin en geen geld om het ambitieuze project af te maken. De enorme moskee die zou verrijzen is nooit afgebouwd, alleen de fundamenten, de zuilen en de minaret staan nog overeind. De Hassantoren is de helft lager dan oorspronkelijk de bedoeling was maar hij staat in zijn subtiele schoonheid te schitteren op het plein.



400 jaar gaan voorbij. In de 17 e eeuw vinden 10.000 Morisken, moslims die weggejaagd zijn uit Spanje , een onderkomen in de bijna verlaten stad, er staan dan niet meer dan honderd huizen. Ondanks verboden op hun taal, kleding en tradities, zijn de Morisken aan hun eigen cultuur blijven vasthouden, daarvoor worden zij nu gestraft. Er zijn eerder al opstanden geweest en Spanje dat zich bedreigd voelt door het Ottomaanse rijk, vertrouwt deze onderdanen niet. Een etnische zuivering is het, ook joden moeten het land uit, want de Spaanse koning wil alleen “zuiver katholiek bloed”. Dat besluit zal Koning Filips II later flink wat kopzorgen geven. Het land verliest in korte tijd ruim 200.000 arbeidskrachten, en de uitgezette Morisken blijken nogal wraakzuchtig.
De nieuwe bewoners van Rabat vormen samen met Salé, de stad aan de overkant van de rivier, een piratenstaat, bestuurd door kapers die met hun schepen vooral Spaanse maar ook Portugese schepen aanvallen. Zij maken met hun plunderingen Rabat weer rijk en welvarend. Op een strategisch punt hoog boven de zee, bouwen zij een kleine medina met daaromheen een stevige muur want hun relatie met de sultan is niet geweldig. Binnen de muren waan je je in Andalusië, met lage witgekalkte huizen, platte daken, patio’s en sierlijk smeedijzeren tralies voor de ramen. De piratenstaat Rabat-Salé wordt zo succesvol dat zij zichzelf uiteindelijk onafhankelijk verklaren van de rest van Marokko en een eigen republiek uitroepen, de gezamenlijke Republiek van Bouregreg. Diverse sultans proberen de boel weer onder controle te krijgen, maar het duurt tot in de 19 e eeuw tot de piratenrepubliek enigszins aan banden kan worden gelegd.
Als je wilt weten hoe Jan Janszoon, een vrijbuiter uit Haarlem, de machtigste man van Rabat- Salé wordt, een berucht kaper en bestuurder van dit piratenbolwerk, bekijk dan de televisieserie die over zijn leven is gemaakt, gepresenteerd door Abdelkader Benali. ( Jan Janszoon, Piraat van de wereld – 2024)
Als gevolg van de machtsstrijd en veroveringsdrang van de Europese mogendheden, wordt Marokko in 1912 een Frans Protectoraat. Een verdrag tussen Frankrijk, Duitsland, Spanje en Groot Brittannië zorgt er uiteindelijk voor dat Noord en Zuid Marokko onder Spaans beheer valt en de rest van Marokko onder de Fransen. De Fransen kiezen Rabat als hoofdstad en bouwen nieuwe wijken en zorgen voor een moderne infrastructuur. Zij laten de oude kasbah’s en medina’s ongemoeid en bouwen de Ville Nouvelle eromheen. In Kasbah Oudaya laten zij een mooie Andalusische tuin aanleggen. De tuin is een feest voor de zintuigen, papyrus spiegelt zich in een kleine vijver, bloeiende vetplanten staan in enorme kruiken en de vele citrusbomen staan in een bed van kniehoge citroengeraniums. Er groeit mediterraan santolina, lavendel, rozemarijn en tijm. De geur is tijdens een wandeling door de tuin soms bedwelmend zoet soms citroentjes- fris en dan weer kruidig. Er bloeien tropische hortensiabomen die ik nooit eerder zag met knotsen van gevulde roze bloemen.

Wij bezoeken het mausoleum van Mohammed V die regeert als Marokko in 1956 onafhankelijk wordt. Hij ligt in een marmeren tombe in een monumentale rijk versierde grafkelder waarvan de mozaïeken op het plafond vaag aan een sterrenhemel doen denken. In de hoek ligt zijn zoon Hassan II en er is nog plaats genoeg, inshallah, voor zijn kleinzoon, de huidige koning van Marokko. Bij de ingangen moeten ceremoniële wachters te paard hun gezicht in de plooi en het paard in bedwang houden terwijl rijen toeristen met hen op de foto willen.




De huidige Koning Mohammed VI heeft zijn eigen stempel op de stad gedrukt. Zo staat er een futuristische wolkenkrabber met zijn naam in de vallei van Salé en ook het museum voor moderne kunst is naar hem vernoemd. Dat gebouw zelf is prachtig met veel glas en een hoge aankomsthal waar ik verrast word door twee gigantische textiele werken van de Portugese Joana Valconcelos. Het lijken twee kleurrijke zeewezens, gemaakt van heel veel verschillende (geborduurde) stoffen, gecombineerd met haak- en breiwerk, waarmee Joana verwijst naar de rijke handwerk-geschiedenis van Portugal die zij in deze monumentale omvang eert en optilt naar museale kunst. De rest van het museum is ook prachtig en laat de ontwikkeling van moderne veelal abstracte Marokkaanse kunst zien in de afgelopen 100 jaar. En één indrukwekkend schilderij lijkt ons te waarschuwen voor naderend onheil…….




