Saudade
- On 16 jul, 2025
- By Michelle

We zijn er weer, geland in Sao Paulo en benieuwd naar onze Toyota, die na de reparatie aan het dak, vorig jaar augustus, opnieuw is gespoten. We waren er toen drie weken om het dak, dat was ingezakt en veranderd in een badkuip, te versterken met polyester, een enorme klus die we samen met Daniel hebben geklaard.
We kletsen bij met Daniel en Monica die in het afgelopen jaar samen met vrienden een onderneming zijn gestart in gevriesdroogde hondenvoeding. De garage staat vol imposante apparatuur en op een lange tafel zijn de eerste ladingen met hondensnacks, denk bv. aan gevriesdroogde kikkers, uitgestald. Er is flink geëxperimenteerd en de eerste resultaten zijn veelbelovend.
De Toyota staat veilig in een parkeergarage in de buurt. Hij ziet er fantastisch uit, het is een glimmerd, met aan de voorkant twee felrood gespoten ronde haken, een grapje van de spuiters, waardoor de Toyota nu lijkt op een stier met gevaarlijke horens. Na een paar dagen klussen, is het tijd om te vertrekken. Het plan is om het Noord-Oosten van Brazilië te bezoeken, duizenden kilometers rijden verderop.

Na drie dagen rijden is het tijd voor een pauze. We naderen Nationaal Park Boa Nova, een paradijs voor vogelaars en bekend om zijn watervallen. We verlaten de snelweg en slaan een rood aarden pad in in de richting van het gelijknamige dorp Boa Nova, waar ongetwijfeld de ingang van het park is. Ook na het passeren van verschillende dorpen is de ingang van het park nergens te vinden. We besluiten terug te keren naar het laatste dorp, Valentim, misschien is daar iemand die ons kan helpen.
Bij een lokaal barretje maken we kennis met de eigenaren Lanice en Luis. Hun dochter brengt ons naar de enige persoon in het dorp die Engels spreekt, José, die uitlegt dat hij een vriend heeft die ons door het park kan gidsen. Zijn vriend blijkt een goedlachse vriendelijke reus, die bereid is om ons de volgende dag te gidsen, als zijn dienst als politieman erop zit. José wil wel mee als vertaler. Het dorp krijgt in tegenstelling tot het dorp Boa Nova nooit bezoek van toeristen en we voelen ons een bezienswaardigheid als we een rondje door het dorp wandelen. Die avond is er een feest in het dorp ter ere van de opening van een politiepost in het dorp. Lanice trekt me haar keukentje in, op het fornuis pruttelen pannen vol kip, rijst en bonen. Met een bord vol eten worden we aan tafel gezet, ondertussen maken moeder en dochter zich mooi voor het feest. Ik word die avond meegesleurd door een trotse Lenice en aan iedereen voorgesteld en Peter heeft in een ander barretje nieuwe vrienden gemaakt. José is onze rots in de branding. Met zijn hulp leren we veel over het leven in het dorp. Hij vertaalt moeiteloos gesprekken en maakt met iedereen gemakkelijk contact.



Screenshot
De volgende dag staan zoals afgesproken José en onze gids, die de bijnaam Bigfoot draagt, om 7 uur paraat. We verlaten het dorp en beklimmen met de Toyota een steil glibberig pad, om vervolgens te voet verder te gaan. Het enorme park bestaat uit caätinga, een semi-droog steppeachtig gebied dat nu in de regentijd er frisgroen uitziet met blije koeien in glooiende heuvels. Het andere deel bestaat uit Atlantisch regenwoud, waar giftige slangen glibberen en waar het krioelt van harige vogelspinnen en brute mieren. Die laten zich even niet zien, gelukkig.
Bigfoot lokt vogels met speciale geluidjes en heeft ogen als een adelaar. Hij wijst ons op kleurrijke vogels die wij alleen met de verrekijker kunnen bewonderen. Kolibries, toekans en gieren herken ik maar de rest van de fladderaars zijn voor mij vooral exotisch. Ze piepen, schreeuwen, roepen, krijsen en zingen of klinken als een sirene door het bos. Wij zijn “lucky birds” en zien o.a. het zeldzame zwarte bahia-miervogeltje dat alleen hier leeft en o.a. een prachtige vogel met wel zeven kleuren. Vroeger werd er door de bewoners op vogels gejaagd, zij werden verkocht als zangvogels, maar dat is nu verboden. Het park wordt goed beschermd, o.a met behulp van drones en de bomen die voorheen werden gekapt groeien nu weer tot de hemel.


José is superenthousiast, hij wijst ons op de bloemen en de verschillende vogelnesten. Sommigen zijn indrukwekkende weefsels van takken, groot genoeg voor een flink wat kroost. Anderen zijn liefdevol in elkaar gekleid tot een glad rond bolletje. Ook weet José veel over de bomen en de vruchten. We proeven de cacaovrucht, het supergezonde zoete pitanga-vruchtje, en de jackfruit. De zwartpaarse bessen van de jabuticaba die zo overdadig kunnen groeien dat ze de takken en de stam van de boom bijna volledig bedekken, zijn helaas nog niet rijp. De jackfruit smaakt friszoet, een combinatie tussen ananas, mango en appel. Als je de zachte gele peulen van deze vrucht zomaar in je mond stopt zoals wij deden, plakken niet alleen je vingers maar ook je lippen daarna aan elkaar vast, er zit een soort lijm in. In deze streek groeien ook veel cacaobomen, het witte vruchtvlees smaakt een beetje zoals lychee. Ik ben fan, ik vind ze heerlijk. Er wordt sap en zoete likeur van gemaakt, die helemaal niet naar chocola smaakt. Omdat de gedroogde zaden veel geld opleveren worden cacaovruchten hier ook het gele goud genoemd.





Bigfoot kapt zich een weg door de jungle tot we voor een smalle natte oversteek staan, aan/in de bovenloop van een waterval. Nu niet aarzelen, Bigfoot trekt me achter zich aan en even later sta ik op gladde stenen terwijl de waterval achter en onder ons naar beneden raast.
Daarna opent het woud zich en zien we in de verte de volgende waterval. Deze is gigantisch, zeker 70 meter hoog. De watermassa stort zich kolkend langs een rotswand naar beneden en een mistige nevel verfrist onze wangen. Al dat water dat ruist, bruist en bubbelt heeft een haast hypnotische werking, ik kan ernaar blijven kijken.
‘s Middags bezoeken we nog een derde waterval, met poelen waarin we met goed weer zouden kunnen zwemmen. Wij reizen echter buiten het seizoen, het weer is wisselvallig met zonnige perioden tussen de buien door.


De volgende dag gaan we met Bigfoots’s auto op weg naar weer een andere waterval, maar onderweg stranden we omdat de ophanging van een wiel afbreekt. Snel wordt duidelijk hoe behulpzaam iedereen is, een lift is snel gevonden, een mechaniciën wordt opgespoord, en terwijl die het kapotte onderdeel vervangt worden wij door de ambulance, die toevallig in de buurt was, thuisgebracht.
De watervallen, de jungle, de vogels, de verhalen, het is allemaal heel bijzonder, maar misschien nog wel specialer is het contact met de mensen in het dorp. De ouders van Bigfoot waar we koffie gaan drinken, en cake proeven van cassavemeel. Ooms, tantes, neven, de priester, vrienden, iedereen komt voorbij. Kinderen worden bij mij op schoot gezet, het is alsof we deel uitmaken van één grote familie. We mogen de badkamer gebruiken van Lenice en worden iedere dag voor het barretje wakker door het vriendelijke gekeuvel van de mensen op straat.
Het zijn hartverwarmende dagen en we nemen met moeite afscheid van José, Bigfoot, het dorp en zijn bewoners. Saudade is wat we voelen, een portugees woord dat moeilijk te vertalen is. Het is een bitterzoet gevoel van melancholie , gemis en verlangen, denkend aan dingen die voorbijgaan, nieuwe vrienden die we gaan missen.