Blog

Meknes

Het is zwaar bewolkt en mistig als we de midden Atlas “oversteken”, we hebben slechts een paar meter zicht en geen idee waar we doorheen rijden. Af en toe schuift het wolkengordijn een stukje open en zien we eindeloze vlakten met olijfboomgaarden en later heel veel graanvelden en groene valleien waar in de zomer de half- nomaden hun tenten zullen opslaan om hun schapen en geiten te laten grazen. In de winter wonen zij in schamele woningen zoals aan de rand van het stadje Azrou waar wij overnachten. Als het de volgende dag opdroogt trekken wij een cederbos in op zoek naar berber- apen, de enige makaken die in Noord Afrika leven. Het is een nogal blubberige tocht maar we zijn vastberaden en na een poosje vinden we de apen op een open plek in het bos waar taxibusjes met toeristen stoppen en de apen worden gevoerd om te kunnen worden gefotografeerd. Het is wel een desillusie om wilde dieren zo te zien. Zij trekken zich nergens iets van aan en grissen gretig het brood nog net niet uit de hand om het vervolgens stoïcijns op te eten. Later zien we groepen apen door het bos struinen, terug in hun natuurlijke omgeving zijn ze alert en blijven ze meer op afstand.

Het blijft maar regenen als we van Azrou naar Meknes rijden, waar we de auto kunnen parkeren vlak bij de grote toegangspoort die in opdracht van sultan Moulay Ismaïl werd gebouwd. Deze sultan was een wrede man, die massaal dwangarbeid inzette voor zijn bouwprojecten. Hij maakte Meknes tot zijn keizerlijke hoofdstad, roofde daarvoor kostbare bouwmaterialen van paleizen van zijn voorgangers uit Marrakech en gebruikte vele marmeren pilaren van de Romeinse stad Volubilis. Het grote plein waar nu struisvogels, apen en slangen worden misbruikt om geld mee te verdienen als foto- object, was vroeger de bouwput waar het materiaal werd opgeslagen voor de stadsmuren, de poorten, de graanschuren, de stallen en de paleizen van deze sultan. Over Moulay Ismaïl wordt  beweerd dat hij tot slaaf gemaakten die het zware werk niet konden volhouden, zelfstandig onthoofde en dat hun lichamen werden verwerkt in het leem van de muren. Ik denk dat er toen ook al desinformatie werd verspreid maar geloof zeker dat de stad getuige is geweest van vele misstanden. In zijn laatste levensjaren was de sultan vooral bezig met zijn mausoleum, hij wilde beslist in een rijk versierd graf herdacht worden. We gaan eventjes bij hem op bezoek maar na al die jaren hebben de nu niet meer vooraf gewassen kouse- voeten van de bezoekers een penetrante lucht in de tapijten achter gelaten die ons al snel weer naar buiten jaagt. Hij moest eens weten hoe zijn rijkdom en macht is gaan stinken….
Meknes is de koningsstad die het minst wordt bezocht. De stad heeft een compacte souk en een medina met een wirwar van straatjes die niet zo toeristisch is en waar mensen nog gewoon hun leven leiden. Het is zeker geen openluchtmuseum. Hier vind je de ambachtelijke werkplaatsen van lokale vakmensen die hout snijden en beschilderen, metalen schalen en lampen hameren en met een zilveren draad versieren, en koper en tin bewerken. Als je de tijd neemt voor en praatje  en oprecht belangstelling toont, wil men best laten zien wat er in hun werkplaats gebeurt. Wij drinken heel veel thee, bezoeken de markt, schrikken van een vers kamelenhoofd dat daar bungelt  en laten door een oud baasje mijn gescheurde broek repareren.
Er zijn ateliers die niet groter zijn dan anderhalve vierkante meter, die je alleen met een klein trappetje kunt bereiken. In een ervan zit een man die paraplu’s repareert, hij wil wel op de foto. Deze hoger gelegen werkplaatsjes vinden we in het deel van de stad waar men, weg van het stof en het straatvuil, kaftans versiert met  brede geborduurde brokaten banden, met ingenieus gevlochten smalle zijden sierbanden en met de hand gewikkelde bolvormige knoopjes. Ik zie zijden garens razendsnel op eenvoudige klosjes gewonden worden in 101 verschillende kleuren. Het brokaten effect ontstaat door het gebruik van metaaldraad die het licht vangt.
Soms loop je op straat tegen draden aan die over grote lengtes strak tussen haken aan de muur op spanning worden gebracht en in bundels worden gelegd. De sierbanden worden vaak door twee mannen ritmisch in elkaar gevlochten. Soms gebeurt dit met behulp van grotere soms met hele eenvoudige machientjes waarmee met behulp van meerdere klosjes meer ingewikkelde patronen kunnen worden geweven die dan met de hand op een kaftan worden genaaid. Het is stil, geconcentreerd werk, bijna meditatief. Het maken van de passementen kan wel tot meerdere weken duren, zeker de zware brokaten sfifa (sierbanden) voor een bruidskaftan.
De volgende dag rijden we 30 kilometer verderop naar de Romeinse stad Volubilis die bloeide tussen de 1 e en 3 e eeuw na Christus. We wachten rustig tot de meeste bezoekers vertrokken zijn en wandelen met zacht strijklicht door resten van Romeinse villa’s met mozaïekvloeren, langs heel veel bewerkte pilaren en lage muren waardoor de plattegrond goed zichtbaar is. Overal groeien nu wilde bloemen tussen de straatstenen waarop de karrensporen nog zichtbaar zijn.
Volubilis was vooral een administratieve en landbouwstad, welvarend door de olijfolie productie. Hier vind je geen arena voor gladiatoren- gevechten of ander vertier, maar wel een triomfboog en de resten van een basiliek en het forum.
Sociale status was heel belangrijk en als je een beetje mee wilde doen dan had je een villa met een binnenhof met zuilen en liefst nog een fontein. Mozaïekvloeren geïnspireerd op mythologische helden waren ook heel gewild. De Romeinen waren dol op badderen, we zien de resten van een openbaar badhuis met ruimtes voor koude -,  lauwe  – en hete baden. Er werd met hout gestookt, waarbij de warme lucht als vloerverwarming of via buizen in de muur omhoog kon trekken. Na een beetje sporten, ging je hier lekker een poosje zweten, liet je je schoon schrapen en na een plons in het koude bad, eindigde je met een massage. En dan kon je weer helemaal verfrist je wollen toga omwikkelen en op het forum gaan filosoferen over het leven. Gek genoeg was een toiletbezoek een sociale gebeurtenis, naast elkaar op een stenen bank met gaten je behoefte doen en een beetje keuvelen was heel gewoon. Rare jongens die Romeinen.
TRANSLATE