Imlil
- On 7 feb, 2026
- By Michelle

Na de Ourika vallei bereiken we het dorp Asni waarna de weg begint te stijgen en het gebergte in kronkelt. We zijn van die rommelige dorpen gepasseerd met altijd wel een markt of een moskee die net leegstroomt, waar mensen zonder te kijken zomaar oversteken en honden het leven moe zijn en net op tijd de Kar ontwijken. Na een aantal haarspeldbochten opent de vallei van Imlil zich met terrassen, boomgaarden en de besneeuwde toppen van het Hoge Atlasgebergte. We hebben helder weer en ik sta nog net niet te jodelen van geluk als we een plekje langs de weg vinden waar we kunnen stoppen om te genieten van het uitzicht. Het is alweer laat in de middag als we in Imlil arriveren en we op zoek gaan naar een plaats om te overnachten. De grote parkeerplaats aan de rand van het dorp ziet er heel ongezellig uit dus wagen we het erop en stuurt Peter de Kar behendig door de smalle straatjes van het dorp. We hebben geluk en vinden een mooi plekje waar we mogen overnachten. Even later genieten we op een hoog dakterras van een tajine met uitzicht op Kasbah Toubkal en het dorp Aroumd waar we de volgende dag naartoe gaan lopen.
Imlil is een klein bergdorp dat helemaal ingericht is op wandelaars en op serieuze trekkers die de Toubkal (4167 meter) willen gaan beklimmen, een tocht van 2 dagen met onderweg een overnachting in een berghut. Dat laatste gaan we niet doen, wij zullen morgen niet meer dan 180 meter stijgen, dat wordt een makkie.



We komen de volgende ochtend wat later op gang en zien verschillende groepen langs de hoofdweg omhoog gaan. Peter besluit met behulp van ‘maps.me een eigen pad omhoog te zoeken en zo gaan we achter een guesthouse naar beneden en lopen we via smalle paden langs tuinen en akkertjes omhoog naar het kleine dorp Tadart. Dan slingert het pad omhoog door boomgaarden. We passeren weer een klein dorp, gaan langs appel- en walnootbomen, irrigatiekanalen en kleine akkertjes. Afgezien van een paar kinderen die soepel op hun pantoffels over het stenen pad naar beneden huppelen, komen we niemand tegen. We steken de rivier over en dan zigzagt het pad steiler omhoog en na nog een poosje lijkt het pad ineens verdwenen. Een vriendelijk man wijst ons de weg. We moeten de rivier oversteken over dunne gladde ronde boomstammetjes die slechts met een paar latjes aan elkaar gespijkerd zijn. Ik laat me niet kennen en bereik met droge voeten de overkant. Maar als we even later een stroomversnelling nog twee keer over moeten en we slechts gebruik kunnen maken van een plank en vier losse boomstammetjes omdat alles met de laatste regenbuien is weggespoeld, zakt de moed me in de schoenen. Gelukkig is er nog een alternatief. We klimmen over een akelig smal paadje steil omhoog waarbij ik maar niet opzij de diepte in kijk en houvast zoek in stekelige wilde rozen. Yak. Maar dan wordt het pad beter en naderen we het dorp Aroumd. We wandelen door de smalle straatjes, zien stapels houten kisten van de laatste walnoten-oogst en genieten van het uitzicht op de Toubkal.
Voor Kasba Toubkal die compleet gerenoveerd is tot een prachtig hotel moeten we afdalen door een sereen bos van walnoten en wilgen. Onderweg drinken we kruidige tijm -thee bij een mini- theehuis. We horen verderop de rivier kabbelen, vogels kwetteren, wat een prachtige plek is dit. We maken nog een kleine tussenstop bij een watervalletje. Bij de Kasbah is net een hele grote groep aan het lunchen, maar gelukkig wil de kok ook voor ons nog wel iets klaarmaken. Met een gevulde maag en helemaal voldaan na een mooie tocht bereiken we al vrij snel Imlil. We hebben enorm geboft met het heldere weer want ‘s avonds drijven wolken als een donzen dekbed de vallei in.









