Fes
- On 15 feb, 2026
- By Michelle

Er is niets dat ons kan voorbereiden op de souk- ervaring in Fes. De souk van Meknes is bescheiden, zonder de overdaad aan prikkels die de toerist moet verleiden om iets te kopen. We wandelen er ontspannen rond en maken een praatje met ambachtslieden die aan het werk zijn en dwalen gewoon een beetje door de stille straatjes van de medina. De souk van Marrakech geeft mij na twee dagen verschijnselen van oververhitte zintuigen maar de souk van Fes is nog iets intenser, waardoor ik na één dag al aan mijn tax zit. De kronkelige smalle stegen zijn aan weerszijden volledig bezet met kramen of winkel ingangen waar de soort koopwaar een bewoner een gevoel van richting geeft, maar de toerist zich slechts kan laten meevoeren op een stroom waarop we met zijn allen door dit doolhof drijven.” We like to get lost” zeggen we vaak tegen ongevraagde “gidsen” . In de uitgestrekte souk van Fes kun je verdwalen met een hoofdletter, na een paar bochten hebben we al geen idee meer waar we zijn of welke richting we op gaan. De straatjes zijn bedekt met ongelijke stenen die na eeuwen van gebruik glad zijn geworden en regelmatig hoor je “balek balek” ( “pas op”) en wil een man achter een ratelende handkar, volgeladen met huiden of andere koopwaar passeren. Intuïtief zoek ik beschutting in een van de vele kramen overvol kleurrijke babouches, tassen, tapijten, sieraden of gedecoreerd keramiek in wit, groen en blauw, een overvloed die me doet duizelen. De stegen zijn gedeeltelijk met luifels of houten “tralies” overkapt en soms zo smal dat ik met mijn handen beide kanten kan aanraken. Het schaduwspel van licht en donker maakt de souk intiem en besloten als een soort baarmoeder waarin je de hartslag voelt van deze stad. Maar opgenomen in de deinende massa geeft het ook een benauwd gevoel waarbij een minaret en een stukje blauwe lucht me doet stilstaan om even diep in en uit te ademen, nooit voor lang, want de stroom neemt me mee de volgende bocht om. Haast ongemerkt passeren we een medersa, een koranschool, of een van de vele moskeeën, verstopt tussen de kramen, die voor even een blik biedt op een betegelde binnenplaats.
Er is het voortdurende geroezemoes van verleiden of onderhandelen, van gespeelde verontwaardiging, alles op een zangerige toon met scherpe keelklanken. Ik hoor het ritmisch hameren op metaal, het schrapen op cederhout, het geknars van een ronddraaiende steen bij het slijpen van messen, en de gedragen melodieuze oproep tot gebed die even rust brengt in de drukte. Deze continue stroom van geluid is rauw, menselijk en eeuwenoud.
In de souk hangt een lucht die dik is van bedwelmende geuren. De geur van gestookt hout en versgebakken brood vermengt zich met de kruidige geur van open zakken vol komijn, kurkuma en kaneel. Ik ruik gegrild vlees boven houtskoolvuurtjes en de zurige lucht van olijven en ingelegde citroenen. Het is bijna ramadan en veel mensen kopen kleverig gebak dat bij de kramen een zoete weeïge geur verspreidt. Vanavond nog even genieten en dan begint een maand van overdag vasten.


Wij proberen de grootste leerlooierij te vinden en wie denkt dat je dan slechts je neus achterna hoeft te gaan, komt bedrogen uit. Het valt nog niet mee om die te vinden en we besluiten om een gids met een groep toeristen te volgen, dat helpt. Eerst komen we door de ververs steeg waar wol wordt geverfd en uitgewrongen en waar je moet oppassen voor de zwarte stroom spoelwater dat tussen de stenen wegloopt. Dan zien we rivier de Ouad Fes die zich via verschillende zijkanaaltjes splitst in de medina. Over de hoge muren langs de rivier hangen huiden te drogen. We vinden de kleine opening die ons bij de leerlooierij brengt en dan is de penetrante geur van het mengsel van kalk, water en duivenpoep onontkoombaar. In deze looierij hebben ze een soort wasmachine, een grote houten trommel op zijn zij, die handmatig wordt aangedreven. Hij wordt gebruikt om de huiden te wassen en zacht en soepel te maken en verf stoffen gelijkmatig in het leer te laten trekken. Een groot deel van het looiproces gebeurt nog steeds in ronde kuipen waar mannen vaak tot hun dijen in de stinkende smurrie staan te stampen om de huiden te laten weken en te ontharen. Vanaf een balkon hebben we goed zicht op de vele ronde verfkuipen, oorspronkelijk gevuld met natuurlijke kleurstoffen gemaakt van saffraan of kurkuma ( geel), cochenille ( rood) , indigo ( blauw) en munt of henna ( groen). Tegenwoordig worden steeds vaker synthetische kleurstoffen toegepast wat zichtbaar is in de felle tinten van het het leer van tassen en slippers. Het is sneller te verwerken, minder afhankelijk van seizoensgebonden grondstoffen en geeft een gelijkmatiger resultaat.






De volgende dag starten we in een etnografisch museum dat gehuisvest is in een prachtig paleis. Naast archeologische stukken die gevonden zijn bij Romeinse vindplaatsen, zien we o.a. traditionele kleding, aardewerk en ambachtelijke voorwerpen, en natuurlijk de mozaïeken waar ik een zwak voor heb. Het paleis heeft een prachtige Moorse binnentuin. De luxe en schoonheid van het paleis, het is een enorm contrast met wat we daarna gaan zien.
We gaan de Joodse mellah bekijken, de allereerste officiële wijk aangewezen voor Joden in Marokko om hen te kunnen beschermen tegen onlusten in ruil voor belastingen. De straten zijn er breder en de woningen hebben opvallende houten balkons met open galerijen aan de straatkant. De mellah had zijn eigen souk, synagogen, scholen en een gerechtshof. In de hoogtijdagen woonden er op dit relatief kleine oppervlak wel 1500 tot 2500 kinderrijke gezinnen. Na 1948 en in de jaren 50 en 60 emigreerden zij naar Israël, Frankrijk en Canada, nu kun je de Joodse bewoners op één hand tellen. De huizen werden door ruimtegebrek steeds hoger met wel drie of vier verdiepingen en zijn in een erbarmelijke staat. Hier wonen gezinnen met vier kinderen in één enkele kamer met een keukentje, de enige plaats waar je vrijuit kunt bewegen is het ruime dakterras waar de families hun was laten drogen. Wij beklimmen met onze gids verschillende trappen om het uitzicht te kunnen zien vanaf een dakterras en schrikken helemaal bovenin van een piepklein kamertje waar twee stokoude mensen wonen die naar ik hoop geholpen worden door de buren die ietsje meer ruimte hebben. Vanaf het dakterras zien we de begraafplaats met witte afgeronde stenen, die nog regelmatig wordt bezocht door geëmigreerde Joodse families op pelgrimreis, op zoek naar hun roots.
De overvolle mellah is inmiddels vier eeuwen oud en hoewel er hier en daar iets gerenoveerd wordt, lijkt het wonen in zo’n gammel pand van vele verdiepingen op Russisch roulette, op ieder moment kan iets afbreken of instorten. Zelfs met mijn rose blik zie ik hier slechts pure armoede.







We bezoeken een van de synagogen die wordt beheerd door een familie wiens woonkamer we passeren op weg naar de gerestaureerde gebedsruimte. Het is er relatief klein en intiem met een verhoogd platform in het midden van de ruimte waaruit de Thora wordt voorgelezen. De Heilige Ark waar de Thorarollen worden bewaard wordt afgesloten met subtiel beschilderde houten deuren. De sfeer is er ingetogen, zacht licht valt naar binnen, het oude hout glanst van de vele handen die het hebben aangeraakt. Hier hebben zacht geprevelde gebeden en gezang de kleine ruimte gevuld. Boven hadden de vrouwen een eigen bescheiden galerij vanwaar zij ongezien achter een houten balustrade de dienst konden bijwonen. Bijzonder is de ondergrondse Mikwe, een klein ritueel bad, dat je via een trappetje bereikt. Ik begrijp dat het daar niet een kwestie was van handen, gezicht en voeten wassen maar dat het de bedoeling was dat je helemaal koppie onder ging om je spiritueel te reinigen, bijvoorbeeld voor een huwelijk maar ook na de menstruatie als onderdeel van de zuiveringswetten. Het is geen bad met shampoo en zeep, maar een symbolische overgang, van een alledaagse naar een gewijde staat. Ik heb het speciale gevoel om heilige ruimtes van een eeuwenoude traditie te betreden, waar ik altijd een beetje stil van word.




