Blog

Ourika vallei

Van Telouet komen we uiteindelijk op de weg die ons over de Tizi-n-Tichka pas naar Marrakech brengt. De weg is fantastisch, glad asfalt met aan weerszijden de besneeuwde toppen nu heel dichtbij. We passeren veel stalletjes waar mineralen worden aangeboden die net iets te rood gekleurd zijn om echt te lijken.
In Marrakech houden we een paar dagen rust op een heerlijke camping die buiten de stad ligt.  Het weer op onze route naar het Noorden ziet er voorlopig niet best uit, er wordt veel regen voorspeld, waardoor we ons nog eens over de kaart buigen. We besluiten de omgeving ten zuiden van Marrakech te gaan verkennen, eerst de Ourika vallei en dan Imlil.
Het wordt een prachtige zonnige dag, we rijden steeds met een fantastisch uitzicht op de Hoge Atlas die in de zon een beetje rose kleurt en passeren boomgaarden in maat XL met fruit en olijven. Het wordt steeds groener en ik zie zelfs al wat koolzaad in de velden. Dan klimmen we weer hoger, duiken de Ourikavallei in en volgen we de snelstromende Ourikarivier met aan weerszijden traditionele bergdorpen geplakt op steile bergwanden.
Om bij een dorp aan de overkant van de rivier te komen hangen overal gammele houten bruggetjes. Een soort zwiepende touwladders maar dan van de ene oever naar de ander met nog een extra touw om je aan vast te houden.
In het midden van de vallei leidt een stenen brug naar eetkraampjes en terrassen langs de rivier. Mannen staan midden op de weg te zwaaien om ons te verleiden op zo’n terras plaats te nemen, maar het ziet er nu niet zo aanlokkelijk uit, te koud, in de zomer worden ze vast druk bezocht.
Wij laten dit enigszins toeristische dorp achter ons en rijden tot aan Setti Fatma, een aantal gehuchten helemaal achterin de vallei die samen deze naam delen. Ze zijn vernoemd naar Lalla Setti Fatma een vrome vrouw die teruggetrokken in de bergen leefde. Het was iemand met baraka, ofwel met spirituele kracht. Deze Lalla, een eretitel voor een gerespecteerde vrouw, heeft haar graf of Marabout in de Ourikavallei maar wij hebben het niet kunnen vinden. Ze wordt nu nog regelmatig bezocht door berbervrouwen die haar eren met brood of suiker en bij haar graf bidden voor genezing van vrouwenkwalen, voor vruchtbaarheid en om haar zegen vragen voor het gezin of de oogst.
De vallei is plaatje met aan weerszijden langs de rivier kleine veldjes waarop groente en kruiden worden gekweekt. Er groeien heel veel walnoot- en amandelbomen en iets hoger op de hellingen ook appel- en kersenbomen. Half april kleurt de vallei prachtig rose en heeft alles wat nu nog stenig is een groen tapijt.
Wij arriveren aan het eind van de middag, als de zon de besneeuwde piek achterin de vallei nog in een gouden gloed zet. Het gehucht aan de andere kant van de brug ligt nog niet helemaal in de schaduw en we besluiten er een kijkje te nemen. Zodra we de brug over zijn, hebben we spontaan een jonge gids die ons door het dorp loodst. Het dorp blijkt niet meer dan een samenraapsel van lage bouwsels die flink hebben geleden van de aardbeving in 2023. Het epicentrum van de beving met een kracht van 7 was in deze streek. Setti Fatma is gelukkig niet zo zwaar getroffen als sommige nabijgelegen bergdorpen, maar van dit lemen gehucht stond toch niet heel veel  meer overeind. De moskee is inmiddels weer herbouwd en men is druk bezig met de huizen. Het gaat langzaam want al het bouwmateriaal moet over de hangbrug naar het dorp getild worden, omdat de brug zelfs te smal is voor een kruiwagen. We ruiken er nu de penetrante lucht van vee, zien kinderen spelen met knikkers en klimmen via stenige paden omhoog tot we uitzicht hebben op de vallei onder ons. Hier op het hoogste punt van het dorp is een schooltje gebouwd. Het lokaaltje heeft stoelen en tafeltjes maar bedroevend weinig lesmateriaal.
Op de weg terug naar beneden komen we vrouwen tegen die sjouwen met holle betonblokken die ze met een touw op hun rug hebben gebonden. Er zitten hele oude wijffies bij. Een van de vrouwen tilt een zware zak met klei om de boel mee aan te smeren. De dames zijn goedlachs en we mogen best even voelen hoe zwaar het is. Niet te doen, dat kan ik je wel vertellen. Natuurlijk vraag ik aan onze jonge gids waar toch de fitte jonge mannen zijn om deze vrouwen te helpen. Zijn antwoord is veelzeggend, hij klinkt wat verbaasd want het is toch vanzelfsprekend, dit is vrouwenwerk, de mannen moeten het geld verdienen……
De volgende ochtend als de zon zich laat zien maken we een wandeling langs de velden en de verschillende gehuchtjes. Opnieuw valt me op dat het de vrouwen zijn die het zware werk doen. Zij staan kromgebogen in de velden of sjouwen met enorme bossen riet of takken op hun rug. De jonge jongens die zich als gids aanbieden hebben weinig te doen omdat er nauwelijks toeristen zijn in dit seizoen. De mannen beheren een piepklein winkeltje of een mini- restaurantje. Er is weinig klandizie, dus het is geen vetpot vandaag. Maar sjouwen met stenen, nee daar beginnen zij niet aan….
TRANSLATE