Blog

Chefchaouen

We rijden van Fes noordwaarts richting Chefchaouen en passeren heel veel olijfgaarden, open landbouwvlaktes en kleine dorpen. Vlakbij Meknes overnachtten we al eens onder de olijfbomen en kregen we de eigenaar en zijn familie op theevisite in de Kar, heel gezellig. Overal worden nu de olijven geoogst, we zien zeilen liggen onder de bomen en mannen met stokken tegen de takken slaan. Wat een enorme klus moet dat zijn om het binnenland dat vooral uit olijfgaarden bestaat van al die olijven te verlossen. We passeren veel olijfpersen en de geur van olijfolie is onderweg zo sterk dat het lijkt alsof we in een fles olijfolie dobberen.

De weg wordt bochtiger en we rijden steeds hoger het Rifgebergte in, waar op sommige toppen zelfs nog wat sneeuw ligt. De valleien en berghellingen zijn frisgroen en bloemen zorgen voor gele tapijten in de velden. Hoe Noordelijker we gaan, hoe groener de bergen en hoe witter de huizen worden. Het uiterste Noorden voelt bijna Mediterraan.

We naderen Chefchaouen, een heel relaxed toeristisch dorpje dat bekend staat als de Blauwe Stad, vanwege de vele huizen en straatjes die in verschillende tinten blauw zijn geschilderd. Men beweert dat Joodse vluchtelingen in de 15 e eeuw de stad blauw schilderden, omdat het de kleur van de hemel is en zo het goddelijke nabij voelde. Nu is het vooral een traditie die mooie plaatjes oplevert. Zelfs katten doen hun best om zo fotogeniek mogelijk van het zonnetje te genieten. Ik houd heel erg van die rommelwinkeltjes met felgekleurde bezems en andere handige hebbedingen. In de stad woont iemand die zijn muren kunstzinnig heeft beschilderd, die vond gewoon blauw kennelijk een beetje saai. En er is een bewoner die zich, heel lief, bekommert over het mentale welzijn van de bezoekers. Wij lopen een blauwtje in het dorp en nemen met Chefchaouen afscheid van Marokko. Nog een laatste visje op de gril aan de kust en dan is het tijd om te vertrekken.

Screenshot

We zullen Marokko gaan missen, vooral de ruige schoonheid van het Zuiden en de prachtige  wat verlaten plekken waar we iets meer moeite voor moesten doen. Wat hebben we een hoop mooie dingen gezien! Het is de rauwe schoonheid van de vergankelijkheid. Je kunt het niet vasthouden of bezitten, het is de schoonheid van het alledaagse, en het kleine gebaar dat mij zo ontroert.

We gaan zeker de ashan, de oproep tot het gebed , missen als die door de valleien golft.  In de steden wordt Allah ’s ochtends vroeg vanuit tientallen minaretten tegelijkertijd maar net niet synchroon, langgerekt en met uithalen geprezen, waardoor er een soort natuurlijke echo ontstaat, die zijn eigen chaotische schoonheid heeft, zeker als ook de honden een deuntje mee gaan jammeren.

We gaan de hartelijkheid en gastvrijheid van al die lieve Marokkanen die we onderweg ontmoettten zeker niet vergeten.  Hier kijkt men elkaar echt in de ogen, men raakt elkaar liefdevol aan en maakt tijd voor een praatje. Ik heb een enorme bewondering voor de volharding en levenskracht van de mensen die op plaatsen wonen waar werkelijk niets is, waar het koud en nat is in de winter en waar men bikkelt om iedere dag weer brood uit de oven te toveren. Ahhh en het platte brood, nog warm en zojuist uit een steenoven gehaald, daar kan echt niets tegenop. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Wij gaan er vandoor, steken over naar Spanje en rijden naar Portugal waar we delen van de fisherman’s trail willen gaan wandelen. Ook heel fijn, tot later.

TRANSLATE