Telouet
- On 2 feb, 2026
- By Michelle

Vanuit het kleine dorp Tamdaght begint de stijgende weg naar de Hoge Atlaspassen. Het is een prachtige route, een beetje van de gangbare weg af en dus heel erg rustig. Rivieren kronkelen zich door diepe kloven met lemen dorpen die verspreid tegen de hellingen zijn gebouwd. Smalle muilezelpaden brengen de bewoners naar de groene velden aan de basis van de kloof en slechts af en toe is er een oude brug die de bewoners aan beide zijden met elkaar verbindt. Na verloop van tijd wordt het landschap ruiger en bergachtiger en wonen er nauwelijks nog mensen. Telouet ligt op een hoger plateau, omringd door Atlasbergen en strategisch gebouwd boven de vallei van de Ounilarivier.
De kashba van Telouet was ooit het luxueuze paleis van Thami El Glaoui de machtige pasha van Marrakech die begin 20 e eeuw deze bergstreek terroriseerde.. De muren van het vervallen paleis die massief en ongenaakbaar boven ons uittorenen vertellen hoe ongebreidelde macht en rijkdom vergaard door opportunisme, geweld, onderdrukking en afpersing, snel kan verdwijnen. Hoe een man die in extreme luxe leefde met meerdere paleizen en een harem van honderden vrouwen, zijn rijkdom en status, letterlijk alles verliest.
Zijn vader Madani El Glaoui legde de basis voor zijn imperium. Hij onderwierp stammen in de Hoge Atlas, bouwde o.a Telouet als militair en bestuurlijk centrum en sloot al vroeg deals met de Fransen. De familie beheerste eeuwenlang de karavaanroutes over de Hoge Atlas en hieven tol en belasting op zout, goud, specerijen en slaven.
Thami erfde een perfect geoliede machtsstructuur, hij was strategisch slim, meedogenloos en extreem goed in het bespelen van mensen. Hij legde zware belastingen op aan arme bergdorpen, mensen werden gedwongen om voor hem te werken ( aan wegen, bij de bouw van Kasbah’s en op zijn landerijen). Als hij zijn blik had laten vallen op je mooie dochter nam hij haar mee en zag je haar nooit meer. Ook stuurde hij zijn leger naar “ongehoorzame” stammen en strafte ze collectief.
Na 1912, tijdens het Franse protectoraat, steunde Thami El Glaoui openlijk de Fransen, die hem als lokale sterke man zagen, een buffer tegen opstanden. In ruil kreeg hij militaire steun, wapens en politieke bescherming. Hij werd benoemd tot pasha van Marrakech wat hem extreem machtig en onaantastbaar maakte. Iedereen die zijn macht betwistte, werd gearresteerd, verbannen, of erger. Hij was rijker dan de sultan van Marokko en verzette zich fel tegen de onafhankelijkheidsbeweging. In 1953 werkte hij maar wat graag mee aan de afzetting en het ballingschap van sultan Mohammed V. Dat bleek een grote inschattingsfout. Mohammed V keerde twee jaar later alweer terug, de onafhankelijkheid (1956) was onvermijdelijk en El Glaoui verloor zijn Franse bescherming. Daarna stortte alles in. Zijn titels en zijn macht werden afgenomen, zijn bezittingen werden verlaten en geplunderd , hij raakte geïsoleerd, werd openlijk gehaat en hij stierf kort daarna, als een gebroken man.
Zijn zonen en familieleden werden verbannen, zij moesten hun huizen en paleizen opgeven. De gebouwen in de Kasba vervielen snel, alles van waarde werd geroofd, de muren en plafonds raakten beschadigd. Het werd een stille lege, vervallen burcht. Op 8 december 2023 trof een zware aardbeving grote delen van Marokko, met het epicentrum in de Atlasregio ten Zuid Westen van Marrakech. De trillingen waren genoeg om de al kwetsbare lemen structuren in Telouet verder te laten bezwijken. Muren en balken vielen neer, vooral de bovenste lagen en de zwaar gedecoreerde plafonds.





Als we met onze gids Mohammed het gebouw binnen willen gaan ontstaat er een ruzie met een andere man die ook met twee toeristen naar binnen wil. Over en weer vliegen Marokkaanse verwensingen door de lucht. De andere man druipt af met de verblufte toeristen in zijn kielzog en onze gids barricadeert de deur vanaf de binnenkant. Met hem valt niet te spotten. Zo ging het vroeger ook, bewakers bepaalden of je wel of niet doorgang kreeg en de meesten kwamen niet verder dat de poort. Op de tast en regelmatig bukkend gaan we door donkere nauwe gangen, je raakt gedesoriënteerd en dat maakt dat je je kwetsbaar voelt. Dat is precies de bedoeling, het gebouw is zo ontworpen dat je voortdurend voelt dat je de nederig vragende positie inneemt en El Glaoui je kan maken en breken. En ineens sta je volledig in het licht, in een hoge open ontzagwekkende wachtruimte. Als je hier überhaupt al kwam, was je uitverkoren. Het licht komt van boven, er is geen zicht op buiten, waardoor je zichtbaar, maar afgesloten bent van de wereld. Alsof je in een vitrine zit. Ongetwijfeld werd je van alle kanten geobserveerd, maar zelf zag je niemand. Hier hoefde El Glaoui niet eens aanwezig te zijn om zijn macht te laten voelen. Nu zie je vervaagde tinten in rijk beschilderde deuren, een vage zweem van het bladgoud, dof glas en gebroken ruiten. Je gaat vanzelf zachter praten. Vaak liet hij je heel lang wachten. En dan, als je werd toegelaten, ga je door een smalle donkere doorgang en ineens opent de ruimte zich en ben je in de ontvangstzaal, waarbij nu nog onze monden open vallen. De onderste zone van de ruimte is versierd met Zellij -tegels in geometrische patronen, in koele kleuren, blauw, groen en wit. Als je iets omhoog kijkt , zie je geschilderd pleisterwerk dat zijde en brokaat imiteert in warm oker, rode- en goudachtige tinten. Het lijkt zo echt dat ik bijna niet geloof dat het geschilderd is. En kijk je omhoog dan zie je een cederhouten plafond, beschilderd in florale motieven, destijds met accenten van bladgoud. Dat bladgoud is er zorgvuldig afgekrapt, alleen in de moeilijke hoeken zie je nog iets glanzen. El Glaoui zat dan op een verhoogd platform, zelf zat je lager en keek je op tegen rijkdom en de machtige pasha. Het licht komt van opzij, zijn gezicht kon in de schaduw blijven maar jij stond in het licht en kon je zenuwen niet verhullen. De hoge plafonds, de harde materialen, de lichte echo, maakte elke voetstap, elk kuchje hoorbaar. Stilte werd een drukmiddel. Heel beklemmend. El Glaoui zweeg, jij sprak en kwam met een verzoek, maar had geen idee hoe de boodschap ontvangen werd. Een onderhoud kon zomaar weer voorbij zijn, haastig stommelend via donkere smalle gangen stond je ineens weer buiten. Opgelucht waarschijnlijk maar altijd onzeker over je toekomst, weerloos overgeleverd aan deze overmacht.
Zijn vier officiële vrouwen, waren verdeeld over verschillende paleizen en zijn enorme harem die kreeg je nooit te zien. Zij verplaatsten zich stil door gangetjes achter en boven de openbare ruimtes, een fijnmazig web waarin zij feilloos de weg kenden. Als muizen achter het behang. Hun terrein ligt hoger in de kasba’s, het gedeelte dat volledig is ingestort. Zij kwamen met hun kinderen, afgezien van een dakterras, nooit buiten en zaten gevangen in een benauwende gouden kooi. Het was een emotionele slangenkuil, jaloezie over wisselende privileges zorgde voor verdeeldheid, altijd was je onzeker over je positie. Je werd bewaakt door gecastreerde jonge mannen en was volledig afhankelijk van de welwillendheid en aandacht van de pasha. Hel.
Wij gaan hoge kale witte gangen door, behangen met foto’s van El Glaoui samen met Franse generaals en ook Churchill is van de partij. Hij kon dit staaltje psychologische oorlogvoering waarschijnlijk wel waarderen. We klimmen omhoog tot op een dakterras met zicht op de glazen overkapping en de besneeuwde toppen. De rest is een enorme ruïne die aan zijn lot wordt overgelaten. Slechts een deel wordt gestabiliseerd en enigszins gerestaureerd als waarschuwing en herinnering. De absurde luxe zalen naast de instortende muren, schoonheid en macht die letterlijk afbrokkelt, het is een lesje geschiedenis zonder tekstbordjes.









