Tamdaght
- On 31 jan, 2026
- By Michelle

Voordat we de Tizi-n-Tichka-pas overgaan, maken we een tussenstop bij Aït Benhaddou, een iconische kasba die op de UNESCO erfgoedlijst staat en die vaak als filmlokatie is gebruikt. Soms keer je terug op een plek en weet je dit had ik niet moeten doen omdat mijn herinnering eraan zo bijzonder was en de kasba nu, eerlijk gezegd, een “touristtrap” is geworden. Busladingen vol worden uitgeladen en al die toeristen wringen zich door de nauwe straatjes waar nu achter iedere deur een souvenierwinkeltje zit. Laat ik het zo formuleren, het is anders, misschien niet persé slechter voor de bewoners, maar niet iets waar wij van houden.

Wij verlaten het dorp en een paar kilometer verderop, op de weg naar Telouet, komen we bij Tamdaght, waar we een heel andere kasba aantreffen, eentje die niet helemaal is opgepoetst. Hier kun je nog dwalen tussen de resten van een oud dorp , weliswaar grotendeels in verval maar waar tekens op de muren nog oude verhalen vertellen. We nemen eerst een kijkje bij het deel van het dorp dat gerestaureerd is en veranderd in een prachtig hotel. Dan treffen we Mohammed, een innemende gids die zegt dat hij wel eens in een film heeft meegespeeld die in de oude kasba is opgenomen. Ik geloof hem direct, hij leidt ons met theatrale zwier door de overblijfselen van de oude Kasba en blijkt later ook geweldig te kunnen zingen. Trots laat hij de lijst zien van alle films die in Ait Benhaddou en in Tamdaght zijn opgenomen.
De kasba heeft een aantal bijzonderheden die we nog niet eerder zagen. Mohammed neemt ons mee naar de gevangenis, het een diepe smalle kuil uitgegraven in de grond met bovenaan een opening. Waarschijnlijk was er een touw om je erin te laten zakken en een houten luik als deksel. Een donkere koude benauwende ervaring en dat was vast de bedoeling. Je zat hier nooit langdurig, meestal was een nacht wel voldoende om gehoorzaamheid, een betaling of het nakomen van afspraken af te dwingen. Of je in de kuil belandde, dat besliste de dorpsraad samen met de caïd of Kasba-heer.









Wij maken een ronde door de enorme tuin waar tussen de amandel- vijg- en granaatappelbomen, iedere familie een of meerdere veldjes heeft om groenten, graan en kruiden op te verbouwen. De grond is collectief bezit maar het gebruik is per familie vastgelegd. Het zijn smalle, lange percelen, parallel aan elkaar die haaks op het irrigatiekanaal liggen. Zo heeft iedere familie toegang tot water èn dezelfde goede grond. Binnen één familie wordt de grond gezamenlijk bewerkt of verdeeld onder broers. Dochters hebben recht op onderhoud (!) maar het land blijft meestal binnen de vaderlijke lijn, om versnippering te voorkomen.
Omdat water schaars is en iedereen recht heeft op een eerlijk aandeel en vroeger niemand een horloge had, maakte men gebruik van een waterklok. Dat was een aardewerken pot met een heel klein gaatje onderin die langzaam leegliep. De pot werd gevuld aan het begin van iemands beurt en als de pot leeg was was jouw tijd voorbij. Iedereen kende het tempo van de pot en wist hoeveel “potten” een familie had. Heel simpel, geen discussie. Iedereen kende het geluid van de druppel dus gesjoemel met de pot was niet mogelijk.




Het meest bijzondere van deze kasba is het moskeetje dat we nu mogen bezichtigen omdat het niet meer wordt gebruikt. Het gebouw staat letterlijk iets buiten de kasba, want macht en geloof houdt men liever gescheiden. De caid heeft formele macht, de imam is de spirituele leider van de gemeenschap. We komen eerst in de ruimte waar men zich wast, voor vrouwen is er een aparte ruimte. In dat kamertje staan meerdere handen in witkalk gedrukt op de lemen muur. Deze handen zijn een heel oud beschermingssymbool bedoeld om ongeluk en negatieve energie af te weren en het symbool van leven geven. De witte kleur is een teken van zuivering. Het is dus niet zo gek dat we ze juist in een wasruimte vinden. Het is een plek waar vrouwen samenkomen, een plek verbonden met water, met wassen, baren en helen. In een meer religieuze context duidt de hand op het zuiveren van lichaam en intentie voordat je de drempel overgaat naar de heilige ruimte van de moskee. Ik vind vooral de zachtheid en de herhaling van al die witte handen zo mooi, alsof ze zeggen, “hier was ik, ik zorgde voor en gaf het leven door”, hier voel je de aanwezigheid van generaties vrouwen in een bescheiden ritueel zonder altaar.
De innerlijke ruimte van het moskeetje voelt heel intiem, haast persoonlijk. De kleuren zachtroze en blauw maken het een ruimte van kwetsbaarheid, een nieuw begin, innerlijke rust en zuiverheid. Het moskeetje heeft geen minaret, slechts een opening in het plafond. Mohammed gaat ingetogen zingend op de houten kansel in gebed. Door de galm in de ruimte was de oproep van de imam voor de 30 families in het oude dorp goed hoorbaar. Mohammed heeft nu de smaak te pakken, hij strengelt onze handen in elkaar, zingt met gesloten ogen een prachtig gebed dat ons nog heel veel jaren liefde en voorspoed toewenst en daarna krijgen we een dikke knuffel. Heel bijzonder.




